Beurzen

Circulaire standbouw gedragen door intrinsieke motivatie

Tas van gerecycled materiaal

Fantaseer een lege hal van een beurscomplex. Het stelt weinig voor totdat in de vroege ochtend de eerste vrachtwagens en busjes aankomen. Voor een beurs van enige omvang worden dan panelen, aluminium-profielen, doeken, vloerbedekking, hout, (led)verlichting, kabels en nog veel meer uitgeladen voor de opbouw.

En na een paar dagen wordt alles weer afgebroken en is er de vraag: wat gaat er met al die materialen gebeuren?

Alles mee terug

“Ik neem alles mee terug naar ons magazijn/werkplaats in Schijndel en daar gaan we ons eventuele afval scheiden”, vertelt René Verbruggen van Bridge Event Facilities.

“De materialen die we gebruiken voor onze modulaire stands zijn gemaakt van zeventig procent gerecycled aluminium. De modulaire standbouw is vrij duurzaam, omdat de onderdelen vaker gebruikt kunnen worden. De verhoogde vloeren in de stands bestaan zelfs volledig uit gerecyclede materialen.”

“Plaatmateriaal dat we niet meer kunnen gebruiken wordt via de Stichting Meierijstad naar Oekraïne gebracht voor de wederopbouw van het land. Onze leverancier van peesdoeken optimaliseert het terughaaltraject, zodat deze doeken weer tot granulaatkorrels verwerkt kunnen worden.”

Intrinsieke motivatie

De Nederlandse overheid streeft ernaar om in 2050 een volledige duurzame circulaire economie te hebben. Het betekent dat de evenementenbranche aan de bak moet om producten en diensten te verduurzamen.

Branchevereniging CLC-Vecta liet onderzoeken wat er door de livecommunicatie-sector al aan duurzaamheid wordt gedaan.

‘Uit fieldresearch is gebleken dat het merendeel van de respondenten al doet aan circulair ondernemen, voornamelijk vanuit een intrinsieke motivatie. Op dit moment wordt invulling gegeven aan een circulaire economie middels een combinatie van diverse activiteiten, waaronder recycling. Echter staat de toepassing nog in de kinderschoenen’, valt te lezen in het rapport, om gelijk met een praktisch advies te komen.

SUB en Isla

‘Om minder afhankelijk te zijn van circulaire alternatieven wordt geadviseerd om gebruik te maken van de SUB-methode. Door hier gebruik van te maken is een organisatie niet volledig circulair. Het zorgt voor de eerste stappen richting een circulaire economie.’

SUB staat voor Save Use Buy en geeft handvaten hoe men met producten dient om te gegaan en is ontwikkeld door The Substitute. De drie pijlers onder het model gaan van repareren, upcyclen (Save) via lenen, abonnement (Use) naar circulair, modulair (Buy).

Een hulpmiddel dat daarop inspeelt, is het door de Engelse non-profit organisatie Isla ontwikkelde Proseed. Het is een gratis raamwerk met informatie, begeleiding, oplossingen en acties die bijvoorbeeld standbouwers, maar ook inrichters van stands kunnen ondernemen om duurzaamheidstrajecten te versnellen. Het verhuurbedrijf Adexpo maakt er gebruik van.

Eerst zelf investeren

De grootste stappen voor een circulaire economie zijn te zetten bij toeleveranciers. Uit het onderzoek van CLC-VECTA blijkt dat deze categorie binnen de evenementenindustrie nog het minst circulair is. Bridge Events is zo’n toeleverancier die er hard aan werkt, maar ook Dehullu is zo’n bedrijf.

Roland Bruggeman, eigenaar van deze standbouwer in Ochten, is iemand die uit intrinsieke motivatie aan organisatoren van evenementen al een zo duurzaam mogelijke aanbieding doet.

Hij geeft de beurs Watch in het Amsterdamse hotel Okura als voorbeeld. Big Fish Design heeft voor de organisator Vel’Or Event Agency een concept gemaakt dat zo duurzaam mogelijk is, vertelt Bruggeman. “Dehullu heeft daarvoor armaturen ontwikkeld die de komende jaren elke keer weer gebruikt kunnen worden. In het verleden zouden we zoiets hebben gemaakt van hout, maar dat is maar één keer te gebruiken. We hebben geïnvesteerd in armaturen die van aluminium zijn. Ze zijn duurder, maar door ze vaker te gebruiken komen we er financieel uit. Na de beurs gaan de lichtbakken ons magazijn in en zijn daarna nog zeker viermaal te gebruiken.”

“Ja, je zult moeten gaan investeren in nieuwe concepten, anders worden nooit de duurzaamheidsdoelstellingen gehaald. Gelukkig zijn er opdrachtgevers die dat begrijpen. Bouwconcern Dura Vermeer is zo’n bedrijf. Hun stand op de jaarlijkse vastgoedbeurs Provada gebruiken we keer op keer; alles is bewaard gebleven. We herbouwen hem identiek op voor de volgende keren. Na afloop gebruiken we 95 procent van alle materialen als vloerbedekking, wandpanelen, verlichting, plafonds. Het was een eis van Dura Vermeer, anders konden we niet aan die opdracht beginnen.”

Doeken moeilijk herbruikbaar

In het onderzoek van CLC-Vecta wordt Saskia Vernooij van Ahoy aangehaald. Zij merkt op dat de standbouw veel doeken gebruikt die na de beurs worden weggegooid. ‘We spreken wel uit naar onze exposanten en leveranciers dat wij vinden dat duurzaamheid centraal moet staan.’

Die doeken zijn maar moeilijk te hergebruiken en al helemaal niet Cradle to Cradle, weet Bruggeman. “We nemen het mee en geven de doeken door aan het Het Goed in Best. Mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt maken er tassen van. Maar liefst wil ik dat de doeken die ik inkoop van recyclede materialen zijn en ook nog een keer te gebruiken.”

“Mijn vloerbedekking bestaat uit gerecycled materiaal en wordt opgehaald om weer gebruikt te worden. Wij doen anders geen zaken met een tapijtleverancier.”

Circo Track

De circulaire economie ontstaat niet vanzelf. Gelukkig krijgt de evenementenindustrie voor dit facet steun vanuit de overheid.

Speciaal daarvoor organiseert Circo – een door de overheid gefinancierde aanjager – een zogenoemd Circo Track. Die gaat over het drastisch verminderen van de afvalstromen die de single-use promotiemateriaal (vlaggen, banners, doeken) veroorzaken.

“Partijen uit de keten als HelloPrint, Van Straaten, Irado en Van Nelle Fabriek gaan opzoek naar nieuwe circulaire businessmodellen”, licht Dineke Philipse, Beleidssecretaris van CLC-Vecta, de track toe. “Door dat nieuwe circulaire verdienmodel te ontwikkelen moet die afvalstroom worden verminderd.”

Duurzaamheidsbieb

Stand- en interieurbouwer Gielissen uit Eindhoven neemt zelf het voortouw in duurzaamheid. Voor opdrachtgevers wordt met alle mogelijke producten gewerkt en in grote hoeveelheden. Er is daardoor veel productkennis aanwezig. Het bedrijf heeft een eigen duurzaamheidsteam dat klanten adviseert. Op de verschillende vestigingen zijn ‘duurzaamheidsbibliotheken’ ingericht om bedrijven in de keten te inspireren.

“Onze prioriteit is dat we als bedrijf zo duurzaam mogelijke materialen inkopen en toepassen”, vertelt Fred van Dijk, procurement manager bij Gielissen. “Maar het begint al bij het ontwerpen van een stand. Tijdens het designoverleg komt duurzaamheid naar voren. Door het hebben van die materialenbibliotheek en met de kennis van het duurzaamheidsteam proberen we dat al door een duurzame bril te doen.”

Mate van duurzaamheid

“We doen altijd een aanbieding waarin we de mate van duurzaamheid aangeven. Op de wens van de klant kunnen we volledig duurzaam gaan. Soms hangt aan die laatste een hoger prijskaartje, maar de duurzame klant heeft dit er graag voor over. Duurzame materialen zijn momenteel nog vaak duurder dan het ‘gewone’.”

De life cycle van een gemiddelde stand is drie misschien vijf dagen. Voorheen werd deze afgebroken en verdween al het materiaal in de afvalcontainer.

Een bedrijf als Gielissen voerde jaren geleden jaarlijks een miljoen kilogram hout af.

Tegenwoordig is dit nog maar een fractie en wordt het overgrote deel van het hout nu volledig ge-upcycled naar nieuwe plaatmaterialen.

Van Dijk: “Gelukkig wordt dat door steeds duurzamer te ontwerpen en in te kopen stapje voor stapje minder. Steeds vaker kiest onze klant voor duurzaamheid. Grote opdrachtgevers zitten er vanzelfsprekend bovenop. We voegen steeds meer producten toe aan ons huurassortiment en bouwen eigen modulaire systemen die steeds weer opnieuw ingezet kunnen worden. Dit is uiteraard het duurzaamst.”

Van eindstation tot nieuw product

Sinds dit jaar haalt afvalverwerker Renewi bij Gielissen al de MDF-platen die niet meer zijn te gebruiken op en brengt deze naar het Belgische Unilin. Zij hebben een technologie ontwikkeld om MDF-vezels uit de platen te halen en opnieuw te gebruiken voor nieuwe platen. In het verleden werden de MDF-platen na einde leven verbrand.

Van Dijk: “In onze ‘oogsthal’ liggen de materialen die nog een keer zijn te gebruiken. Als het MDF niet meer valt te gebruiken gaat het via Renewi naar Unilin. Door hun methode kunnen wij aan onze opdrachtgevers nog duurzamere aanbiedingen doen.”

Beurstapijt is net als hout en doeken een afvalbron. Volgens Recycling Nederland wordt er jaarlijks wereldwijd naar schatting meer dan 100 miljoen vierkante meter gelegd en afgevoerd.

Cradle to cradle beurstapijt

De Utrechtse Jaarbeurs ging om die reden in zee met JMT Floorcoverings. Dit bedrijf levert voor de Nederlandse markt Rewind, het enige Cradle to Cradle Certified Silver naaldvilt beurstapijt ter wereld.

Marloes van den Berg, Chief Sustainability Officer van de Jaarbeurs: “Naast standbouw en horeca, is beurstapijt voor ons één van de grootste kansen om klimaatneutraal te worden. Met het meest duurzame type beurstapijt dat op dit moment beschikbaar is zetten we een stap in de richting van onze ambitie om de most sustainable venue van Europa te worden en een CO2-neutrale plek in Utrecht.”

 


Deel dit bericht


Reacties

Er zijn nog geen reacties.


Plaats een reactie

Je moet ingelogd zijn om een reactie te plaatsen.


Schrijf je nu in voor onze nieuwsbrief